Driften op hogere snelheid
|
|
Driften is een complexe autorijtechniek waarbij de bestuurder de auto in
een vloeiende zijdelingse beweging (dwars) door een bocht stuurt. Enige theorie..
De bestuurder
brengt de auto opzettelijk in overstuur, om dit vervolgens zo lang mogelijk aan te
houden. Het klinkt eenvoudig, maar is het niet.
Er zijn verscheidene technieken om een drift op gang te brengen. Ze kunnen
worden onderverdeeld in beginnerstechnieken en gevorderde technieken.
Beginnerstechnieken
Deze gebruiken geen lastwissel. Zij zijn
relatief snel en makkelijk aan te leren maar vergen veel oefening om ze volledig
te beheersen. Ook ervaren drifters maken veelvuldig gebruik van
beginnerstechnieken.
- Handremtechniek - Dit is de eenvoudigste beginnerstechniek. Hij is in
elk type auto toepasbaar en bestaat erin de achterwielen te blokkeren door
gebruik te maken van de hand- of parkeerrem. Wanneer de koppeling is ingedrukt
wordt de handrem aangetrokken om de achterwielen te blokkeren (handrem werkt
gewoonlijk enkel in op de achterwielen). Van zodra de achterwielen blokkeren,
wordt het koppelingspedaal losgelaten, lost de bestuurder het gaspedaal en
stuurt tegen.
-
- Met een voorwielaangedreven auto is het niet noodzakelijk de koppeling in
te drukken.
- Powerslide - Bij deze soort drifttechniek wordt een bocht met volgas
genomen om zo overstuur te provoceren door overdreven motorkracht. De kracht van
de motor moet voldoende groot zijn om de tractie van de achterwielen te
doorbreken en ze aan het spinnen te brengen.
-
- Deze techniek kan niet worden gebruikt bij voorwielaangedreven
auto's.
- Koppelingstechniek - Voor de bocht drukt de bestuurder
achtereenvolgens de koppeling in, schakelt een (of meer) versnellingen terug
en brengt de
auto uit balans door op het gepaste moment de koppeling bruusk terug te laten
opkomen. Zo schuiven de achterwielen weg en begint de auto aan zijn zijdelingse
glijbeweging. Door gedoseerd gasgeven kan de bestuurder nu de auto in een zo
lang mogelijke drift dwars op de weg houden. De techniek kan motorschade
veroorzaken door overtoerental, aangezien de stuurcomputer het motortoerental
niet kan beperken wanneer dit door de de draaiing van de achterwielen wordt
veroorzaakt.
-
- Deze techniek kan niet worden gebruikt bij voorwielaangedreven
auto's.
- Koppelingsslip of "coup d'embrayage" - Deze techniek bestaat erin om
de koppeling te gebruiken om een schok in de aandrijflijn te brengen en zo de
achterwielen aan het slippen te brengen en de balans van de auto te verbreken.
-
- Deze techniek kan niet worden gebruikt bij voorwielaangedreven
auto's.
Gevorderde technieken
Deze zijn gebaseerd op lastwissels (verplaatsen van het wagengewicht).
- Remdrift - Deze drifttechniek wordt uitgevoerd door al remmend een
bocht in te sturen. Al het wagengewicht wordt naar de vooras verplaatst en lokt
zo overstuur uit. Wanneer men op dat moment met een achterwielaangedreven auto
gas bijgeeft, zullen de achterwielen makkelijk tractie verliezen.
-
- Deze techniek kan in een voorwielaangedreven auto worden gebruikt.
- Inertiedrift - Deze laterale lastwisseltechniek bestaat erin om het
wagengewicht eerst naar de wielen aan de buitenkant van de bocht te verplaatsen
met een snelle stuurbeweging in tegengestelde richting, onmiddellijk gevolgd
door een instuurbeweging. Op deze manier worden inertiekrachten van de auto
gebruikt om de achterzijde van de auto in de gewenste driftbeweging te dwingen.
Soms kan een extra handrembeweging helpen om de inertiedrift sneller op gang te
brengen.
-
- Deze techniek kan in een voorwielaangedreven auto worden gebruikt.
- Gaslos-drift of "lift-off drift" - Door het gaspedaal bij hoge
snelheid te lossen, zullen auto's met een neutrale tot overstuurde wegligging
van nature in een drift raken. Door de motorremwerking wordt een lastwissel
veroorzaakt.
|